mini update - 07-07-17

Drie jaar geleden nam ik afscheid van de middelbare school terwijl ik mijn VWO diploma in ontvangst nam. Ik stond aan het begin van iets nieuws en ik had er zo'n zin in. Geneeskunde. Al sinds de basisschool wilde ik dokter worden. Geprikkeld door mijn zus, die dezelfde opleiding had gevolgd, maar bovenal door het feit dat ik het vak als mijn roeping zag. De droom om dokter te worden en dan vooral mensen te helpen in landen waar de medische zorg tekortschiet, heeft mij de afgelopen drie jaren staande gehouden. Het was zwaar.... en dat is nog wel een understatement. Ik ben dankbaar dat ik überhaupt was geselecteerd voor de opleiding, dankbaar dat het eerste jaar goed ging en intens dankbaar dat ik de bachelor achter de rug heb. Ik moet nog 1 cijfer afwachten voor een paper en dan weet ik officieel of ik daadwerkelijk bachelor of science in medicine ben.... Wát heb ik uitgekeken naar dit moment!



Wanneer het geluk zich niet wil doorzetten in het leven

Ik word er moedeloos van. Dan gaat het goed. Beyond goed. Zo goed, dat je even jezelf drie keer hard moet knijpen in je arm. Net dat je gewend bent aan het feit dat het goed gaat en je het bijna durft toe te geven, gaat het helemaal mis. Dit maakt dat ik gewoon nooit echt blij kan zijn. Als me iets goeds overkomt, ben ik oprecht bang om blij te zijn. Ik ben bang dat mijn glimlach snel zal worden ingewisseld voor tranen. Ik kan dat echt even niet meer aan. Ik wil gewoon kunnen lachen zonder me schuldig te voelen of bang te zijn dat het binnen no time wordt bestraft met verdriet. 

Het ging even heel goed. Wat betreft gezondheid, school, sociaal, familie.. alles. Ik was weer begonnen met sporten, slikte keurig m'n vitamientjes, sprak lekker veel af met vriendinnen, school ging ook prima en ik stelde me zelfs meer open voor mijn familie. Maar toen... overleed mijn opa. Vrij onverwachts. Heftig. Indringend. Hartverscheurend. Een intens verdriet. Een onbeschrijflijk verdriet. Niet te bevatten in woorden. Ik heb in twee dagen zoveel gehuild dat ik letterlijk geen tranen meer over had. Precies toen ik meivakantie had werd mijn opa steeds heftiger ziek, toen even beter en uiteindelijk vrij plots overleden. In die 2 weken meivakantie verloor ik mijn beste vriend, mijn trouwste familielid, de vader van mijn moeder, de enige grootouder die ik ooit heb gekend. Op de valreep zal hij niet bij mijn bachelor uitreiking zijn. Hij zal me nooit meer zien afstuderen als dokter. Hij zal er niet zijn wanneer ik trouw. Hij zal mijn kinderen niet meer kennen. Hij zal het allergrootste deel van mijn leven niet meemaken. Ik mis hem.

De maandag na de meivakantie moest ik mijn scriptie/Bachelor's thesis inleveren. Ik had al wat gedaan voor de vakantie, maar ik rekende eigenlijk op de twee weken van de meivakantie. Maar... in die twee weken was ik mijn opa verloren. Ik was dag in dag uit in het ziekenhuis. Non-stop voor 2 weken. Ik heb hem zieker zien worden, weer beter, weer zieker. Een vreselijk wisselend beloop. Ik heb met hem gesproken. Ik heb om hem kunnen lachen. Ik heb gehuild. Tranen gelaten. Ik verloor hoop. Won hoop. Verloor opnieuw hoop. Kreeg nog een beetje hoop. Begon steeds meer hoop te krijgen. Ik zag licht aan het einde van de tunnel. Ik kreeg oprecht de indruk dat hij erboven op zou komen. Totdat ik vrij plots op dinsdagochtend wakker geschud werd door mijn vader die hysterisch riep 'Opa is aan het sterven!!!' Ik stapte abrupt uit mijn bed, kleedde me half om, rende (viel bijna) van de trap en stapte snel de auto in. Eenmaal in het ziekenhuis... de IC-afdeling... de kabels... de witte jassen.... huilende familieleden.... hysterie.... tragedie. Uiteindelijk kregen we te horen dat hij door een hartstilstand hersendood was geworden. De volgende dag zouden de kabels eruit getrokken worden. Mijn wereld stortte in. Het verdriet dat toen door me heen ging, en nu ook nog zo nu en dan door me heen gaat, is niet omvatten in woorden. Ik heb gehuild zonder een kick te geven. De tranen brandden op m'n wangen. Mijn benen waren als van blubber. Ik had het idee elk moment te kunnen neervallen. Ik had nog nooit iemand in mijn leven verloren. Hoe zou dat voelen? ... Algauw kwam ik erachter dat de leegte die mijn opa achterliet de grootste pijn was. 

Uiteindelijk verloor ik mijn opa op donderdagavond. Vrijdag en zaterdag heb ik gerouwd. Dat wil zeggen: huilend in bed doorgebracht. Zondagochtend... had ik nog letterlijk 24 uur om een scriptie te schrijven. Ik wist me geen raad. Ik heb gebeden tot God om me te helpen. Heb letterlijk 24 uur achter de computer gezeten. Uiteindelijk kreeg ik 'm op tijd af en leverde ik de volgende dag het papiertje in bij het secretariaat. Ondertussen waren mijn ouders naar Marokko gevlogen samen met andere familieleden om mijn opa daar te begraven. Door de verplichtingen van mijn studie, kon ik helaas niet mee naar Marokko om bij zijn begrafenis te zijn. 

De eerste paar dagen na de deadline van de scriptie, gingen niet lekker. Ik was aanwezig maar ook eigenlijk niet. Alles ging langs me heen. Niks had meer waarde. Alles was opeens oppervlakkig. Maar op de een of andere manier vond ik mijn draai weer. Ik merkte dat ik weer begon te lachen zonder me schuldig te voelen. Dat ik weer plezier begon te krijgen. Ik had zijn overlijden een plekje gegeven in mijn hart. 

Het ging vanaf dat moment exponentieel goed. Echt waar. Alles kreeg een plek. Ik kreeg weer controle over 'het leven.' Ik had de draai te pakken. 

Maar toen ging het mis. Finaal mis. Onbeschrijflijk mis. 

Zucht. 

Rekenen, taal, lezen

Ik en jij

Ik plus werkwoord plus jij

Ik mag je

Ik heb je

Ik hou je 

Er ontbreekt nog iets

Ik plus werkwoord plus iets plus jij

Graag

Lief

Van

Ik plus jij 








Waarom ik minder schrijf

Ik heb de kracht, jij ook. De tikkendoos heeft de letters reeds voor onze ogen uitgestald. De verbindingen in het brein waar alle gedachten ronddwarrelen, wachtend om vereeuwigd te worden op papier. Een gedachte in werkelijkheid transformeren, dat is de kracht van het schrijven. Met slechts een enkele rammel op deze tikkendoos, worden de gedachtes hopelijk één voor één gesorteerd tot een lopend verhaal. En niet zomaar een verhaal. De voorkeur gaat uit naar een verhaal dat men kippenvel geeft, een verhaal dat je achterlaat met een droge keel en uitpuilende ogen. Een verhaal waar je dagen erna nog over peinst, omdat het iets los in je heeft gemaakt wat je niet zomaar kunt laten rusten. Nogmaals: dat is, blijft en zal de kracht van het schrijven zijn. 

En toch loop ik vast. 

Elke keer weer.

Een schrijversblok niet van slechts een paar dagen of weken, maar zeker al twee jaar.

De passie van het schrijven is nog even vurig als voorheen. De gedachtenspinsels in mijn brein werken nog steeds overuren. Inspiratie alom. Maar zodra ik naar dat witte beeldscherm staar, blokkeert de verbinding tussen mijn brein en vingers. Snel sluit ik alle vensters en klap ik mijn laptop hard dicht. 

Dat boek. Dat blijft mijn droom. Als klein meisje - cliché alarm - droomde ik er al van. Zoveel krabbels. Zoveel kladpapiertjes. Zoveel versleten dagboeken. 

Zal het ooit nog komen?

Nederlands

"Alsof jij goed Nederlands kunt praten". Hij zei het op een walgelijke toon, lichtelijk geïrriteerd. Mijn hoofd draaide overuren. Ik moet reageren, snel. Laat er geen minuut overheen gaan. Dan heeft hij zich sterker bewezen dan ik. Dat wil ik niet. Ik ben niet meer dat meisje dat zo onzeker door het leven gaat en iedereen over zich heen laat lopen. Nee. Ik reageerde. Snel. Reflexmatig. Zwak. Het kwam over als een gedachtespinsel rechtstreeks uit mijn in blubber veranderde brein. Ik had er vol op in moeten gaan. Vragen waarom hij dat dacht en op zo'n walgelijke toon uitsprak. Waarom floepte dat zo snel uit zijn mond? Het zat hem waarschijnlijk al weken dwars. Dat Marokkaans-Nederlandse meisje met een hoofddoek dat gewoon geneeskunde studeert. Hij faalde elk tentamen weer, terwijl ik 'vlekkenloos' alles haalde vanuit zijn perceptie. Hij moest eens weten.

Ik heb altijd enkele minuten nodig voordat de losse reacties in mijn gedachten een vloeiende zin hebben gevormd om adequaat op zulke ridicule uitspraken te kunnen reageren. En oh wat kan ik dan balen. Dat ik niet meteen met een perfect weerwoord ben gekomen om diegene op zijn plaats te zetten. IK BEN HIER GEBOREN. Nee, ik ben niet 'hiernaartoe gekomen'. IK BEN HIER GEBOREN. Tweede keer. Ik wil het uittypen. Ik wil het zwart op wit zien op papier. Ik wil dat mijn ogen langs de woorden glijden en het woord 'geboren' in mijn brein inprenten. Ik ben net zo goed Nederlands als mijn buurman Wim.

Ik geef het toe...

Het is de ontevredenheid. De ondankbaarheid. Gretig, meer willen, nooit genoegen nemen. Het eindeloze vergelijken. Het meer willen. Ik ben niet genoeg. Zij doen niet wat ik had verwacht. Ik sta niet waar ik had willen zijn. Het leven is niet zoals ik dat had gewild. Die anderen hebben het beter. Die anderen zijn gelukkig. Ik moet zijn zoals zij. Ik moet doen wat zij doen. Zodat ik sta waar zij staan. Zodat ik misschien ook gelukkig zal zijn. Maar... ik kan het niet. Ik ben niet goed genoeg. Ik kan hun niet zijn. Ik kan niet doen wat zij doen. Ik sta niet waar zij staan. Ik ben niet gelukkig, want ik ben ontevreden, ondankbaar, te gretig en jaloers. Ja, dat ben ik. Ik geef het toe. 

Where music meets writing #4




Levensschrift

Het was koud. Middennacht. Zij liep met zachte passen richting een beter begin terwijl haar warme, zoute tranen de koude van de nacht probeerden op te vangen. De hemel weende in solidariteit mee, zoals de vele regendruppels in een stortbui zich vermengde met haar tranen. Het leven had haar uitgeleefd. Zij wilde schreeuwen maar tevergeefs, haar stemgeluid was haar al sinds het besluit tot stilzwijgen ontnomen. Als vervanging vormden de littekens op haar lichaam haar levensschrift. Niet meer wilde zij in verdriet verkeren, wetende dat haar hart bij elke traan steeds meer brak. De tijd was rijp om haar eigen route in het leven te bepalen.

Ik zal er komen

Ik weet gewoon heel goed, dat ik niet weet

Dat ik denk, maar niet doe

Wil maar niet geef

Vast in het midden, het bekende

Op weg naar het einde, onbekend

Overtoeren, maar niet verder

Blijven kijken in de achterom

Ga gewoon door!!!

Jij en geen ander

Niet zij, maar jij

Grillige pad met diepe dalen

Nog altijd recht

Bewandelbaar, onuitgelopen

Ik zal er komen

Het hart

Alles uitgepluisd, bestudeerd en ingeprent, maar het was voor mij nog niet genoeg. Ik tilde het weer op. Nog één keer moest ik het met mijn beide handen dragen. Zeker vijf minuten stond ik perplex met hetgeen in mijn handen. Mijn ogen waren voor eeuwig eraan vastgekoppeld terwijl mijn gedachten overuren maakte. Dit heeft gehouden, is ooit gebroken en weer gelijmd met liefde, sloeg hard of zacht, snel en langzaam. De motor van het lichaam. De heerser van alle organen en fysiologische systemen. Het hart. Het liefst trok ik mijn handschoenen uit. Ik wilde het voelen. Alsof ik hoopte het met een paar knepen weer te kunnen laten kloppen. Pomp! Pomp zoals je nooit tevoren hebt gepompt, laat het bloed stromen, geef leven. Tevergeefs, geen slag. 

Mijn meest indrukwekkende snijzaal practicum uit mijn nog korte geneeskunde carrière. Al sinds dag één ben ik werkelijk waar gefascineerd door het hart. Sterker nog, het is dé reden waarom ik ooit bedacht om deze studie te doorlopen. Het intrigeert mij hoe de sinusknoop uit het niets elektrische potentialen weet te genereren en daarmee alle hartcellen in concert activeert om zodoende een slag tot stand te brengen. Hoe de hoge en lage drukken in het vier-kamerige hart bepalen hoe het bloed stroomt. Hoe vervolgens het hart met de allergrootste kracht al het bloed uit de linkerkamer door maar liefst het hele lichaam weet te pompen, van top tot teen. Om nog maar te zwijgen over het snelle reactievermogen van het hart om zich aan te passen aan crise.

Ik ben verliefd op het hart.

Schrijfsels uit het verleden

Het begon allemaal met een USB stick. Over een paar uurtjes zou ik vertrekken op vakantie naar Marokko. Alles stond ready to go op de camera na, waarvan ik nog alle foto's eraf diende te halen. Et voila, daar had ik een USB stick voor nodig. Na lang zoeken, een hoop gemompel en gevloek, vond ik maar liefst drie USB sticks. Ik plugde de eerste USB stick in mijn laptop... een massalijst aan schrijfsels kwam me tegemoet. Mijn schrijfsels. Dagboek. Fictie. Poëzie. Columns. Schrijfsels met zelfgemaakte plaatjes. Schrijfsels in opdracht van school. Schrijfsels at random. Kortom, heel veel schrijfsels. Terwijl ik mijn kin met mijn hand ondersteunde en mijn ogen tot fijne spleetjes kneep, las ik aandachtig elk verhaal van hoofdletter tot punt. Een lach, een traan, maar bovenal een golf van verbazing: 'heb ik dit geschreven?' De oudste schrijfsel op deze USB stick kwam uit 2004 toen ik 8 jaar oud was?!

Alle schrijfsels waren rauw. Zonder opsmuk, rechtstreeks afkomstig uit mijn gedachtespinsels. Puur. Tot de kern. En ik baal dat ik dat niet heb weten vast te houden, want op dit moment lukt het me niet om woorden op papier te zetten. Ik slaag er gewoonweg niet meer in om woorden zodanig te combineren en te rangschikken in teksten dat ze in lijn zijn met de USB-stickschrijfsels. Nota bene kost het me de grootste moeite op dit moment om dit in woorden überhaupt te kunnen uitdrukken. Ben ik het verleerd? Was het een kortdurend talent? Eén ding is zeker: ik mis het. Waarom? Omdat schrijven mijn uitlaatklep is. Het biedt mij een manier om al mijn dwarslopende en razendsnelle gedachtes te ordenen.