#TheUnpublishedSeries: Ik heb ooit een poging gewaagd een verhaal te schrijven, een boek... Wat zich maar niet wil vorderen... Zie hier wat ik tot nu toe heb...


1.
Een veertje in de wind onderweg naar overal waar het lot het mag brengen. Gestuurd doch vrij in zijn bestaan. Het kent geen tijd. Vrij om te gaan waar het wil. Vrij om te zijn waar het wil. Vrij.

Onderuitgezakt in mijn bureaustoel wikkel ik een plukje van mijn donkerbruine haren om mijn wijsvinger. Mijn ogen zijn zwaar en kunnen elk moment dichtvallen. In gedachten spreek ik mezelf streng toe nog even vol te houden, terwijl ik me verder vooroverbuig. Zoveel woorden, zoveel medische termen. Het waren zware dagen. Heb gestudeerd tot in de late uurtjes, alleen nog die huidziekten stampen.
‘Minne!’ mijn moeder stormt mijn slaapkamer binnen. Reflexmatig recht ik mijn rug. Hevig wakker geschud uit de diepe gedachte waarin ik zoek naar een essentieel verschil tussen een naevus flammeus en naevus van Unna. Al die rode vlekken lijken immers op elkaar.
‘Mam, rustig. Wat is er aan de hand?’ zeg ik met een nog peinzend gezicht.
‘Er kwam net via de brievenbus een kaart van Odel binnen,’ glundert mijn moeder.
Ondanks de veel te enthousiaste blik in haar ogen blijft mijn gezicht moeilijk kijkend. Niet om de rode vlekken met ingewikkelde benamingen, maar om Odel.
‘Vertel,’ vraag ik kortaf.
Ze begint heen en weer te lopen tussen het bureau en de boekenkast, alsof ze zich opeens bedacht heeft en goed moet afwegen of ze wel het nieuws met mij moet delen. In haar ijsbeerritueel pauzeert ze wanneer haar aandacht wordt getrokken door het opengeslagen studieboek voor mijn neus. Mijn ogen volgen haar blik, en eenmaal wakker geschud uit mijn studeermodus realiseer ik me pas hoe onsmakelijk de plaatjes van de rode huidvlekken ogen.
‘Minne, alsjeblieft doe dat boek dicht,’ ergert mijn moeder.
‘Alsof ik met plezier hiernaar wil kijken, mam. Ehh... heb niet bepaald tijd of zin om me te bekommeren om Odel.’ Ik spreek de naam Odel op precies dezelfde toon uit zoals mijn moeder de dermatologie plaatjes zojuist verafschuwde.
Ik herstel mijn studeerhouding met een pluk haar wikkelend om mijn rechter wijsvinger en een pen vastgeklemd in mijn linkerhand, zoals een politieagent zijn wapen in nood zou vastklemmen.
‘Odel gaat trouwen,’ breekt mijn moeder de stilte. ‘Volgende week. Met Paco.’
Kort, kil, maar krachtig, spreekt moeder de woorden uit. Bij het noemen van de naam Paco hoor ik nog een lichte aarzeling in haar stem, bang voor mijn reactie. Maar ik geef geen kick en verroer mijn blik niet van het dermatologie boek.
Opnieuw valt er een stilte.
Ik hoor hoe mijn moeder snel, diep en hoorbaar ademhaalt. In gedachten tel ik met elke ademteug die zij neemt mee. Achttien keer, ratelt het in mijn hoofd. Achttien keer per minuut ademt moeder in en uit. In mijn ooghoeken zie ik haar wiebelen van het ene op het andere been, haar schouders strak gespannen, haar gelaat en hals vol met rode vlekken. Dat moeten die urticae zijn, die ik zojuist had bestudeerd. ‘Snel verspringende rode vlekken uitgelokt door fysische factoren zoals warmte, spanning…’ las ik in het boek voordat moeder binnenkwam.
In gedachten verzonken, laat ik de pen uit mijn linkerhand vallen. De pen rolt over het bureau en landt uiteindelijk met een harde klets op de grond. Zowel moeder als ik schrikken op. De stilte is verbroken, de storm in aantocht. Odel gaat trouwen. Met Paco.
Ik wikkel het plukje haar strakker om mijn wijsvinger.
‘Zeg, Minne, ga je nog wat zeggen’
Ik hoor haar niet. Paco gaat trouwen. Met Odel.
‘Minne, wanneer kom je een keer die kamer uit!’ raast mijn moeder door.
Zie je wel, zij is altijd de knapste geweest. Trouwen. Mét Paco. ‘Wacht laat mij eens helpen.’
In één ruk trekt ze het gewikkelde plukje haar los en bevrijdt zo mijn inmiddels blauwgekleurde wijsvinger. Ik staar naar de rode afdruk op mijn wijsvinger en zie hoe mijn vingertop langzaamaan van blauw naar rood kleurt. Moeder loopt ondertussen regelrecht op de boekenkast af waar zij mijn blauwe kam van de bovenste plank vandaan haalt. Ze begint mijn haren voorzichtig te kammen.
‘Besteed wat meer aandacht aan jezelf, Minne.’ Haar toon is inmiddels milder geworden, maar de woorden nog altijd even hard. Voor mijn gevoel is moeder nooit tevreden met mij geweest. In haar ogen ben ik alles wat ik niet had moeten zijn en niets wat ik had moeten zijn. De verworpeling van de familie. De brunette in de blonde massa. De spijkerbroek met gympen tussen de mantelpakjes met hakken.
‘Ik zal morgen even langs Anne-Claire gaan. Even kijken of ik wat voor je kan vinden.’
Anne-Claire, de tengere vrouw met platinablond stro-haar langs haar met botox strakgetrokken gezicht die zich als de personal stylist van de Davon familie presenteert. De vrouw die teert op het geld van rijke wanhopige dames, zonder ook maar iets af te weten van mode. De vrouw die in het geheim afspreekt met vader.
‘Ik ga niet,’ zeg ik. Ik hoor mijn stem overslaan.
Ik voel hoe de kam mijn haar loslaat. Mijn moeder neemt een stap terug.
‘Je gaat, geen discussie over mogelijk. Dit is het minste wat je kunt doen nadat…’
Ze onderbreekt zichzelf, haar ogen vullen zich met tranen. Het is alweer drie jaar geleden sinds Lárel is overleden. Mijn grote zus, de lievelingsdochter van mijn moeder.
Ze pakt de kam weer op, bindt mijn haar vast in een knot.
‘We hebben het er morgen nog wel over.’ Ik hoor de brok in haar keel. Ze is duidelijk van slag.
Ze legt de kam weer terug op de bovenste plank en opent de deur.
‘Succes, kind,’ zegt ze met een halve glimlach.
‘Bedankt, mam.’ Ik buig me weer over het boek en besluit de rode vlekken over te slaan, terwijl ik de pagina omsla naar het hoofdstuk brandwonden.

2.
Het is een onrustig gevoel, dat huist in het onderbewustzijn. Het gevoel dat er een storm op komst is waarvan de eerste trillingen reeds langs de huid te voelen zijn. Een gevoel dat niet te onderdrukken is, omdat het de ziel eist naar geluisterd te worden. De Duitsers bestempelen het met de term ‘unheimlich’, de dokters omschrijven het als het ‘niet-pluis’ gevoel. Met dit gevoel werd ik de ochtend van 31 december 2015 wakker. Hoe zeer ik ook mijn best deed het van me af te schuiven, het gevoel bleef in mijn onderbuik ronddwarrelen, in m’n gedachten bonken.

#DeCoassistent: Introductie (1)

Ga ik ooit deze wereld snappen? Gaat het ooit als thuis voelen? Wanneer stopt het ongemakkelijke gevoel? Het gevoel dat alle lampen in de wereld op je zijn gericht, terwijl iedereen in het publiek een blinddoek om heeft. Hoe vaak moet ik me nog ongemakkelijk, niet lekker in m'n vel, ronduit shit voelen...? Wanneer ontwikkel ik de I-don't-give-a-shit mentaliteit? Zal ik ooit die comfort-zone voor eens en voor altijd verlaten?

Ik werk hard aan mezelf. Het afgelopen jaar... man-oh-man, wat is er veel gebeurd. Waar moet ik mee beginnen? Ik heb het bloggen totaal niet bijgehouden, maar dwing mezelf weer te starten. Ik wil alle momenten in deze bijzondere fase van mijn leven vastleggen op papier. Minder zeuren en zeiken, meer schrijven. Minder nadenken, meer lachen. Minder denkrimpels, meer lachrimpels. Het leven... oooooh wat heb ik het leven gemist. Het leven is voor mij van binnen een intense vrijheid voelen. Het gevoel dat je zweeft tussen hemel en aarde, niet loopt maar vliegt, niet leeft maar bestaat. Ooooh dat leven, lieve lezers. Dat leven, hét leven, heb ik zo hard gemist. 

Het is een proces... in uitvoering! Het kost tijd. Het vereist ook nog eens wat. Opofferingen van 'leuke' dingen, afscheid nemen van mensen, en zeker van tijd tot tijd ongegeneerd een tikje egoistisch zijn. Dat proces is een rollercoaster van emoties. En het ergste is, ik weet niet eens of het het uberhaupt waard is. Het eindpunt is ver weg en blanco. Ongeschreven, ongeroerd. Niet zichtbaar daar hoog achter de bergtop. Maar o-zo wonderbaarlijk, en o-zo intrigerend om te bereiken. Weet je, ik ben klaar met de onzekerheden, de meningen van iedereen behalve de mijne, de overpeinzingen. Ik ben er klaar mee en klaar voor een nieuwe ik. Een ik die uitkijkt naar morgen, maar van vandaag voluit geniet. Die gisteren een plek heeft gegeven, maar niet meer laat doorschemeren naar vandaag. Die hard werkt, en vooruit streeft. Die ambitieus is, de uitdaging zoekt. En eigenlijk gewoon een tikje gek is. 

Dus hier ben ik. 

De coassistent. 

I am coming home... to myself.

#TheUnpublishedSeries: Niet af (2)

Ik was het even kwijt. Hoe het leven, geleefd diende te worden. Dienen, dat is niet het juiste werkwoord. Kunnen: bepalen de gebeurtenissen en omstandigheden in het leven, mijn pad? Willen:

De kinderen van Juf Kiet

De grootste barrière van ieder mens op deze wereld is taal. Ja dat hoort u goed, taal. Dit geldt ook voor de inheemse inwoners van een land, want zodra zij in de zomer naar het zuiden vertrekken, komen óók zij niet verder dan 'je suis graag une pain et une fles water'. Taal is zo'n machtig goed. Zo gigantisch. Het opent deuren naar diverse werelden en als je dan ook nog een beetje interesse in de medemens hebt, ervaar je de wereld met al zijn pracht en praal net als een ontdekkingstocht. 

Zelf ben ik bilinguaal opgevoed: Berbers en Nederlands. Eigenlijk trilinguaal, want mijn ouders hebben ook nog een poging gewaagd om mij Arabisch te leren spreken. Op de middelbare school werd het me duidelijk dat ik, ondanks mijn voorliefde voor taal, niet echt een talenknobbel had. Mijn smaak ging toch iets meer uit naar de exacte vakken. Daarmee viel mijn droom om ooit vloeiend Frans te kunnen spreken in duigen. Ik heb nog geprobeerd het Arabisch op te pakken door arabische lessen te volgen, maar dat viel helaas ook tegen. Op de middelbare school heb ik nog een halfjaartje een poging gedaan om Portugees te leren via online lessen, maar opnieuw liep dat uit tot een grote fail. Misschien is mijn brein overloaded doordat ik als kind al alles in het Berbers, Nederlands, Engels en beetje Arabisch leerde, misschien heb ik gewoonweg het geduld niet voor het leren van een nieuwe taal. Who knows.

Moraal van mijn journey in het leren van talen? - dat het e-n-o-r-m moeilijk is! Zeker als je een taal probeert te leren voorbij de kleuterfase! Het heeft totaal niks te maken met intelligentie of kennis. Taal staat daar los van. Ik volgde het gymnasium, maar faalde enorm bij luistertoetsen Frans en was ook geen ster in het lezen van Duitse boeken. Taal is een apart dingetje, iets met het centrum van Broca en het centrum van Wernicke in het brein. Ik kan me dan ook intens irriteren aan mensen die 'taal' als iets vanzelfsprekends vinden, want dat is het helemaal niet! Meer specifiek doel ik op betweterige nietsnutten die hun neus ophalen naar vluchtelingen en immigranten. 'Die domme Turken kunnen nog geeneens Nederlands spreken,' wordt er dan luidkeels geschreeuwd. Zucht. 

De afgelopen jaren hebben we te maken gehad met een enorme stroom vluchtelingen naar Europa, waaronder naar Nederland. En met die stroom viel de wereld uiteen in twee partijen: zij die tegen hen keerden, zij die hen steunden en opvingen. Moge het duidelijk zijn dat ik aan de tweede genoemde kant sta. Een paar jaar geleden schreef ik reeds op dit blog al een post over de vluchtelingenstroom en wat ik daar allemaal van vond. Anno 2017 is het nog steeds hot topic. But people, wat ben ik moe geworden van al die bekrompen meningen en uitlatingen naar eenieder die er iets anders uitziet of praat met een 'raar' accentje. Hou op. Ik ben er klaar mee. De vluchteling of de immigrant, dat zijn ook mensen. Help elkaar. Heb je vragen of snap je bepaalde dingen niet? Ben je misschien bang voor het 'onbekende'? Stel die vragen, noem je zorgen, ga in gesprek, maar judge iemand niet voordat je diegene gesproken heb.

Ik kan me niet eens voorstellen wat die mensen hebben moeten meemaken. Oorlogen, trauma's, sterfte, angst... Waaronder ook kinderen. Die arme kinderen die van de ene op de andere dag hun vaderland naar de filistijnen zagen gaan door een onvoorstelbare, mensonwaardige oorlog. Gerukt uit hun vertrouwde omgeving, geplaatst in het onbekende. Die arme kinderen, wachtend in AZC's op de bevrijdende woorden 'u mag in Nederland blijven wonen'. De taal niet begrijpend. Hun gezicht voor eeuwig lijkend op een enorme vraagteken. Probeer je in die kinderen te verplaatsen en me dan recht in de ogen aan te kijken om te zeggen dat het je niets doet.

Juf Kiet u bent een juf uit duizenden. U helpt deze kinderen op een manier die niet te beschrijven is in woorden. Alle lof naar u. Ik ben u dankbaar. Opdat de kinderen snel de taal oppakken. Er wacht een rijke toekomst op hun. Mede dankzij Juf Kiet.

De documentaire 'De kinderen van Juf Kiet' is de moeite waard om te zien, gaat het kijken!

x S.

mini update - 07-07-17

Drie jaar geleden nam ik afscheid van de middelbare school terwijl ik mijn VWO diploma in ontvangst nam. Ik stond aan het begin van iets nieuws en ik had er zo'n zin in. Geneeskunde. Al sinds de basisschool wilde ik dokter worden. Geprikkeld door mijn zus, die dezelfde opleiding had gevolgd, maar bovenal door het feit dat ik het vak als mijn roeping zag. De droom om dokter te worden en dan vooral mensen te helpen in landen waar de medische zorg tekortschiet, heeft mij de afgelopen drie jaren staande gehouden. Het was zwaar.... en dat is nog wel een understatement. Ik ben dankbaar dat ik überhaupt was geselecteerd voor de opleiding, dankbaar dat het eerste jaar goed ging en intens dankbaar dat ik de bachelor achter de rug heb. Ik moet nog 1 cijfer afwachten voor een paper en dan weet ik officieel of ik daadwerkelijk bachelor of science in medicine ben.... Wát heb ik uitgekeken naar dit moment!



Wanneer het geluk zich niet wil doorzetten in het leven

Ik word er moedeloos van. Dan gaat het goed. Beyond goed. Zo goed, dat je even jezelf drie keer hard moet knijpen in je arm. Net dat je gewend bent aan het feit dat het goed gaat en je het bijna durft toe te geven, gaat het helemaal mis. Dit maakt dat ik gewoon nooit echt blij kan zijn. Als me iets goeds overkomt, ben ik oprecht bang om blij te zijn. Ik ben bang dat mijn glimlach snel zal worden ingewisseld voor tranen. Ik kan dat echt even niet meer aan. Ik wil gewoon kunnen lachen zonder me schuldig te voelen of bang te zijn dat het binnen no time wordt bestraft met verdriet. 

Het ging even heel goed. Wat betreft gezondheid, school, sociaal, familie.. alles. Ik was weer begonnen met sporten, slikte keurig m'n vitamientjes, sprak lekker veel af met vriendinnen, school ging ook prima en ik stelde me zelfs meer open voor mijn familie. Maar toen... overleed mijn opa. Vrij onverwachts. Heftig. Indringend. Hartverscheurend. Een intens verdriet. Een onbeschrijflijk verdriet. Niet te bevatten in woorden. Ik heb in twee dagen zoveel gehuild dat ik letterlijk geen tranen meer over had. Precies toen ik meivakantie had werd mijn opa steeds heftiger ziek, toen even beter en uiteindelijk vrij plots overleden. In die 2 weken meivakantie verloor ik mijn beste vriend, mijn trouwste familielid, de vader van mijn moeder, de enige grootouder die ik ooit heb gekend. Op de valreep zal hij niet bij mijn bachelor uitreiking zijn. Hij zal me nooit meer zien afstuderen als dokter. Hij zal er niet zijn wanneer ik trouw. Hij zal mijn kinderen niet meer kennen. Hij zal het allergrootste deel van mijn leven niet meemaken. Ik mis hem.

De maandag na de meivakantie moest ik mijn scriptie/Bachelor's thesis inleveren. Ik had al wat gedaan voor de vakantie, maar ik rekende eigenlijk op de twee weken van de meivakantie. Maar... in die twee weken was ik mijn opa verloren. Ik was dag in dag uit in het ziekenhuis. Non-stop voor 2 weken. Ik heb hem zieker zien worden, weer beter, weer zieker. Een vreselijk wisselend beloop. Ik heb met hem gesproken. Ik heb om hem kunnen lachen. Ik heb gehuild. Tranen gelaten. Ik verloor hoop. Won hoop. Verloor opnieuw hoop. Kreeg nog een beetje hoop. Begon steeds meer hoop te krijgen. Ik zag licht aan het einde van de tunnel. Ik kreeg oprecht de indruk dat hij erboven op zou komen. Totdat ik vrij plots op dinsdagochtend wakker geschud werd door mijn vader die hysterisch riep 'Opa is aan het sterven!!!' Ik stapte abrupt uit mijn bed, kleedde me half om, rende (viel bijna) van de trap en stapte snel de auto in. Eenmaal in het ziekenhuis... de IC-afdeling... de kabels... de witte jassen.... huilende familieleden.... hysterie.... tragedie. Uiteindelijk kregen we te horen dat hij door een hartstilstand hersendood was geworden. De volgende dag zouden de kabels eruit getrokken worden. Mijn wereld stortte in. Het verdriet dat toen door me heen ging, en nu ook nog zo nu en dan door me heen gaat, is niet omvatten in woorden. Ik heb gehuild zonder een kick te geven. De tranen brandden op m'n wangen. Mijn benen waren als van blubber. Ik had het idee elk moment te kunnen neervallen. Ik had nog nooit iemand in mijn leven verloren. Hoe zou dat voelen? ... Algauw kwam ik erachter dat de leegte die mijn opa achterliet de grootste pijn was. 

Uiteindelijk verloor ik mijn opa op donderdagavond. Vrijdag en zaterdag heb ik gerouwd. Dat wil zeggen: huilend in bed doorgebracht. Zondagochtend... had ik nog letterlijk 24 uur om een scriptie te schrijven. Ik wist me geen raad. Ik heb gebeden tot God om me te helpen. Heb letterlijk 24 uur achter de computer gezeten. Uiteindelijk kreeg ik 'm op tijd af en leverde ik de volgende dag het papiertje in bij het secretariaat. Ondertussen waren mijn ouders naar Marokko gevlogen samen met andere familieleden om mijn opa daar te begraven. Door de verplichtingen van mijn studie, kon ik helaas niet mee naar Marokko om bij zijn begrafenis te zijn. 

De eerste paar dagen na de deadline van de scriptie, gingen niet lekker. Ik was aanwezig maar ook eigenlijk niet. Alles ging langs me heen. Niks had meer waarde. Alles was opeens oppervlakkig. Maar op de een of andere manier vond ik mijn draai weer. Ik merkte dat ik weer begon te lachen zonder me schuldig te voelen. Dat ik weer plezier begon te krijgen. Ik had zijn overlijden een plekje gegeven in mijn hart. 

part 1/2 

#TheUnpublishedSeries: Rekenen, taal, lezen (3)

Ik en jij

Ik plus werkwoord plus jij

Ik mag je

Ik heb je

Ik hou je 

Er ontbreekt nog iets

Ik plus werkwoord plus iets plus jij

Graag

Lief

Van

Ik plus jij 








Waarom ik minder schrijf

Ik heb de kracht, jij ook. De tikkendoos heeft de letters reeds voor onze ogen uitgestald. De verbindingen in het brein waar alle gedachten ronddwarrelen, wachtend om vereeuwigd te worden op papier. Een gedachte in werkelijkheid transformeren, dat is de kracht van het schrijven. Met slechts een enkele rammel op deze tikkendoos, worden de gedachtes hopelijk één voor één gesorteerd tot een lopend verhaal. En niet zomaar een verhaal. De voorkeur gaat uit naar een verhaal dat men kippenvel geeft, een verhaal dat je achterlaat met een droge keel en uitpuilende ogen. Een verhaal waar je dagen erna nog over peinst, omdat het iets los in je heeft gemaakt wat je niet zomaar kunt laten rusten. Nogmaals: dat is, blijft en zal de kracht van het schrijven zijn. 

En toch loop ik vast. 

Elke keer weer.

Een schrijversblok niet van slechts een paar dagen of weken, maar zeker al twee jaar.

De passie van het schrijven is nog even vurig als voorheen. De gedachtenspinsels in mijn brein werken nog steeds overuren. Inspiratie alom. Maar zodra ik naar dat witte beeldscherm staar, blokkeert de verbinding tussen mijn brein en vingers. Snel sluit ik alle vensters en klap ik mijn laptop hard dicht. 

Dat boek. Dat blijft mijn droom. Als klein meisje - cliché alarm - droomde ik er al van. Zoveel krabbels. Zoveel kladpapiertjes. Zoveel versleten dagboeken. 

Zal het ooit nog komen?

Nederlands

"Alsof jij goed Nederlands kunt praten". Hij zei het op een walgelijke toon, lichtelijk geïrriteerd. Mijn hoofd draaide overuren. Ik moet reageren, snel. Laat er geen minuut overheen gaan. Dan heeft hij zich sterker bewezen dan ik. Dat wil ik niet. Ik ben niet meer dat meisje dat zo onzeker door het leven gaat en iedereen over zich heen laat lopen. Nee. Ik reageerde. Snel. Reflexmatig. Zwak. Het kwam over als een gedachtespinsel rechtstreeks uit mijn in blubber veranderde brein. Ik had er vol op in moeten gaan. Vragen waarom hij dat dacht en op zo'n walgelijke toon uitsprak. Waarom floepte dat zo snel uit zijn mond? Het zat hem waarschijnlijk al weken dwars. Dat Marokkaans-Nederlandse meisje met een hoofddoek dat gewoon geneeskunde studeert. Hij faalde elk tentamen weer, terwijl ik 'vlekkenloos' alles haalde vanuit zijn perceptie. Hij moest eens weten.

Ik heb altijd enkele minuten nodig voordat de losse reacties in mijn gedachten een vloeiende zin hebben gevormd om adequaat op zulke ridicule uitspraken te kunnen reageren. En oh wat kan ik dan balen. Dat ik niet meteen met een perfect weerwoord ben gekomen om diegene op zijn plaats te zetten. IK BEN HIER GEBOREN. Nee, ik ben niet 'hiernaartoe gekomen'. IK BEN HIER GEBOREN. Tweede keer. Ik wil het uittypen. Ik wil het zwart op wit zien op papier. Ik wil dat mijn ogen langs de woorden glijden en het woord 'geboren' in mijn brein inprenten. Ik ben net zo goed Nederlands als mijn buurman Wim.

Ik geef het toe...

Het is de ontevredenheid. De ondankbaarheid. Gretig, meer willen, nooit genoegen nemen. Het eindeloze vergelijken. Het meer willen. Ik ben niet genoeg. Zij doen niet wat ik had verwacht. Ik sta niet waar ik had willen zijn. Het leven is niet zoals ik dat had gewild. Die anderen hebben het beter. Die anderen zijn gelukkig. Ik moet zijn zoals zij. Ik moet doen wat zij doen. Zodat ik sta waar zij staan. Zodat ik misschien ook gelukkig zal zijn. Maar... ik kan het niet. Ik ben niet goed genoeg. Ik kan hun niet zijn. Ik kan niet doen wat zij doen. Ik sta niet waar zij staan. Ik ben niet gelukkig, want ik ben ontevreden, ondankbaar, te gretig en jaloers. Ja, dat ben ik. Ik geef het toe.